';
Terugblik op een strijdlustig COC-voorzitterschap

Van Dalen: “Ik zou het zo weer doen’

Weinig mensen in homoland wekken zoveel meningen op voorzitter Frank van Dalen van evenementenorganisator ProGay. Als voorzitter van het COC trok hij de verzande homo-emancipatie vlot. Gelijktijdig ontstond er tijdens zijn voorzitterschap een fors tekort. Vriend en vijand over de strijdlustige voorzitter: “Bij veel mensen bestaat ten onrechte het beeld van iemand die als een despoot tekeer ging.”

Eigenhandig zette Van Dalen de ingedutte homobeweging weer op de kaart. Naast de successen stapelden ook de controverses zich op. De media spraken over vermeende zelfverrijking toen hij tijdelijk de rol van voorzitter en directeur combineerde. Hoewel de algemene vergadering van het COC haar vertrouwen uitsprak in de handelswijze van bestuur en voorzitter, blijven dat soort verhalen hem achtervolgen.

COC-voorzitter Wouter Neerings herinnert zich de eerste ontmoeting met Van Dalen nog. “Hij keek op een frisse manier tegen emancipatie aan, maar maakte ook duidelijk dat hij de leiderschaprol oppakte om een verschil te maken. Dat vond ik bijzonder fascinerend.” In de loop van de tijd leerde Neerings zijn voorganger beter kennen. “Bij veel mensen bestaat het beeld van iemand die als een despoot tekeer ging.” Zeer onterecht, meent Neerings, “Hij was wel de leider, maar stond altijd open voor anderen. Hij gunt het helaas maar weinigen om zijn empathische kant te zien. Zo brengt de executie van die twee Iraanse jongens hem nog steeds tot tranen toe van slag.”

Van Dalen hanteert een bruuske stijl, erkent Neerings. “In zijn haast om dingen gedaan te krijgen vergeet hij wel eens zijn omgeving tijdig mee te nemen. Hij zou meer een soort Napoleon moeten zijn: een veldheer. Ik denk dat hij dan nog meer had kunnen bereiken.” COC-directeur Pascal van der Maas, die veel met Van Dalen samenwerkte, vult aan dat hij ‘een ideeënmachine’ is. Iedere dag kwamen er weer nieuwe lumineuze ideeën, nieuwe kansen die hij zag. Hij realiseert zich echter maar zelden dat het ook tijd kost om die ideeën úit te voeren.”

Van Dalen herkent zich wel in dat beeld. In het najaar van 2005 bracht het COC de hele homobeweging bij elkaar om na te denken over een nieuwe visie. “Behalve veel gemopper en terugblikken op een niet zo’n fraai recent verleden, kwam er helaas weinig uit de dag”, stelt Van Dalen en hij stelde zijn strategie bij. Met nog drie maanden te gaan voor het zestigjarige bestaan van de organisatie, lanceerde hij begin 2006 de derde fase van de emancipatiestrijd. “We zien wel wie aanhaakt, was de gedachte. Dat zijn er later gelukkig velen geworden.”

Ook de val van het kabinet in 2006 gaf weinig lucht. Het COC moest in de hoogste versnelling om ambities waar te maken. Verkiezingsprogramma’s, campagnes, regeerakkoord, ministerploeg, 100-dagentraject, de prinsjesdagbegroting en vervolgens de homo-emancipatie nota. “We hoefden maar één schakel te missen en het hele kaartenhuis zou ineen storten.” De organisatie kraakte, maar bleef dankzij het weerstandvermogen overeind.

Het was in die periode dat het COC een tekort op van 1,1 miljoen euro opbouwde. Directeur Van der Maas weigert de schuldvraag in de schoenen van Van Dalen te schuiven. “Ik heb Frank’s eerlijkheid en directheid gewaardeerd.”, zegt de COC-directeur. “Dat tekort heeft het COC om diverse redenen opgebouwd. Zonder mensen zwart te willen maken, is het een feit dat de hele organisatie leed onder flink achterstallig onderhoud. De secundaire werkprocessen waaronder de boekhouding moesten enorm op de schop.” Van Dalen zette dat proces reeds in 2006 in werking en ronde dat met bestuur en COC-management nog voor zijn aftreden af. Daarnaast werd het COC volgens Van der Maas ‘slachtoffer van het eigen succes’. De miljoenen die Van Dalen binnensleepte voor homo-emancipatie gingen niet naar het COC. Van der Maas: “Wij hebben sterk gestimuleerd dat er meer geld voor mainstreamorganisaties beschikbaar moest komen.”

De organisatie investeerde flink, de vraag is of het minder had gekund. Natuurlijk, zegt Van Dalen, maar dan was het maatschappelijk succes wellicht niet zo groot geweest. Duidelijk was voor van Dalen wel dat het niet zo kon doorgaan, waarop hij bij minister Plasterk aandrong op een structurele subsidie voor niet gedekte lobby-uitgaven. Het COC is de komende jaren verzekerd van 1,2 miljoen euro en kan daardoor ook een sluitende exploitatie laten zien.

Het tekort zorgde voor een hoop ophef. De HLBF van André van Wanrooij spande een kortgeding aan omdat Van Dalen zijn voorzitterschap combineerde met de functie van interim-directeur. De rechter stelde het COC in gelijk. Ook de lidverenigingen ondervonden problemen van de financiële malaise. “Elke keer moesten we weer uitleggen dat de negatieve publiciteit niet de regionale afdelingen betrof”, legt directeur Henk van de Wetering van COC Haaglanden uit. “De gemeente Den Haag is erg loyaal geweest met subsidies voor de komende Roze Zaterdag. Maar het kost wel veel tijd om duidelijk te maken dat wij als Haaglanden níet met een problematische begroting kampen.”

Lokale afdelingen liftten ook mee op alle positieve media-aandacht die van Dalen en zijn team wist te generen, erkent Van de Wetering. “De deelname van Plasterk aan de GayPride straalde af op alle homo-organisaties. Uit zijn homonota kwamen de lidverenigingen heel positief naar voren, waardoor er flink wat geld onze kant op is gekomen.” Financieel gezien verging het de lidverenigingen al beter. Het landelijk bestuur gaf de lidmaatschapsgelden aan hen terug, omdat homobeleid volgens Van Dalen ‘in de haarvaten van de samenleving vorm moest krijgen’.

De Haagse instelling van Van Dalen zorgde voor verenigingen die verder afstonden van het centrum van de politieke macht ook voor kritiek. COC Nijmegen verweet hem te weinig oog te hebben voor de ‘gewone homo op straat’. “Door het lobbyen van Frank is homo-emancipatie van de Tweede Kamer naar het ministeriële niveau getild”, legt Philip Tijsma, voorzitter van de landelijke werkgroep politiek van het COC, uit. “Het onderwerp is nu voor het eerst in het regeerakkoord opgenomen. Datzelfde geldt voor geweld tegen homo’s, iets dat het College van procureurs-generaal tegenwoordig erg serieus neemt. Dat was hem nooit gelukt als hij zijn weg in Den Haag niet had gekend.”

Kritiek en succes trekken in 2008 samen op. Kunnen de successen de kritieken voor Van Dalen compenseren? “De lastercampagnes vanuit een kleine groep mensen die ik in drieëneenhalf jaar heb ervaren, heb ik zoveel mogelijk proberen te negeren: er moest een groter doel worden gediend. Oprechte kritiek trok ik me wel aan. Gelijktijdig heb ik me immer gesteund gevoeld door enerzijds de concrete resultaten die we samen hebben geboekt en de homo, lesbo, bi of transgender die zich wel gehoord of geholpen hebben gevoeld en dat ook luid en duidelijk lieten weten in talloze mails, brieven of gewoon op straat of in de kroeg. Dat steunde me enorm. Spijt van het voorzitterschap heb ik daarom ook niet. Ik zou het zo weer doen. Wellicht wat sadder and wiser, maar met volle energie.”