';
Amsterdam Gay Pride als homo-emancipatiemotor

Dit weekeinde is het weer Amsterdam Gay Pride. Ruim tachtig boten varen feestelijk door de grachten van Amsterdam. Op eentje na dan. De boot van Hivos is leeg, de boodschap uitdragend waar we in Nederland ons gay zijn kunnen en mogen vieren, in andere landen je kunt worden opgepakt en opgesloten om wie of wat je bent. Tijdens de Amsterdam Gay Pride gaan feest en strijd hand in hand.

Het beeld van Nederland als tolerante samenleving rond homoseksualiteit is de laatste jaren aan slijtage onderhevig. In homoseksuele kring leeft al langer het gevoel dat het met de acceptatie van homoseksualiteit niet zo goed gesteld is al we graag willen geloven. Een besef dat ook in de rest van de maatschappij doordringt.

In 2006 lanceerde COC Nederland haar nieuwe visie op de homo-emancipatiestrijd. Naast de inzet op gelijk rechten is het bewerkstelligen van sociale acceptatie het nieuwe doel. Dit moet leiden tot een maatschappelijke realiteit die zegt dat homoseksualiteit een onlosmakelijk onderdeel van de samenleving is die het verdient beschermd te worden. Zelfs zegt dat een maatschappij waar iedere homo of lesbo zich veilig en vrij voelt voor iedereen een betere samenleving is.

De belangrijkste strategie om die maatschappelijke verandering te bewerkstelligen is door homoseksualiteit in de samenleving zichtbaar te maken. Alleen dan is de stap van tolerantie naar waarachtige acceptatie te maken. Immers, dat wat zichtbaar is, dat kun je niet ontkennen, daar moet je wat mee.

De Amsterdam Gay Pride is bij uitstek een evenement waar homoseksualiteit zichtbaar gemaakt wordt. Voor het eerst vaart er een boot met homoseksuele gelovige christenen mee. In orthodox christelijke kring werd, als homoseksualiteit al niet doodgezwegen werd, toch in ieder geval in termen van twee werelden gesproken. Homoseksualiteit kwam in eigen kring immers niet voor. Nu echter een boot met christenen meevaart is die houding niet langer vol te houden. De Gay Pride is nu ook onderdeel van de orthodox christelijke kring geworden en leidt tot debat in plaats van doodzwijgen.

Een jaar geleden vaarde voor het eerst een boot met zelfbewuste homoseksuele pubers mee. De vraag of pubers wel kunnen weten of ze homoseksueel zijn is met de boot naar de achtergrond verdwenen, waardoor er ruimte is ontstaan voor ontmoetingsplekken in heel Nederland voor deze jongeren om elkaar te ontmoeten zoals heteropubers dat iedere dag kunnen vorm geven. De angst om mee te varen die een aantal van de jongeren vorig jaar ervoeren, is dezelfde angst die sommige Antilianen dit jaar ervaren alvorens op de Antillenboot te stappen. In de wetenschap dat op de overzeese koninkrijksdelen homoseksualiteit nog een groot taboeonderwerp is waar ministers het geen probleem vinden homoseksualiteit volstrekt homofoob te benaderen, zijn deze antilianen de helden van vandaag. Ze treden op als wegbereiders voor al die antilianen die een verborgen leven leiden. En zoals de 16min-boot dit jaar zelfs met een wachtlijst heeft moeten werken, zo zal het met de Antilliaanse homo’s en lesbo’s net zo vergaan. Die boot moet dus varen.

Het contrast tussen Arubaanse en Nederlandse ministers kan niet groter zijn. Voor het eerst vaart het kabinet met een boot mee. Minister Plasterk en een flink aantal van zijn collega’s geven een niet mis te verstaan signaal aan de maatschappij zich verbonden te voelen aan de homogemeenschap en de plek die deze in onze samenleving inneemt. Nog steeds zijn er mensen die stellen dat homo’s en lesbo’s gewoon moeten doen. Dat een Gay Pride met ook de extravagantie die erbij hoort niet zou moeten plaats vinden. Het is een signaal dat rond het zomercarnaval in Rotterdam niet gehoord wordt en dus homofoob geladen is. Niet voor niets stelde de gemeente bij het bekendmaken dat ook burgemeester Cohen voor het eerst zou meevaren dat het gaat om acceptatie van homoseksualiteit en dat Amsterdam ook daar om bekend wil staan. Het was een boodschap aan allen met homofobe gedachten. En datzelfde is de boodschap van de politie die eveneens voor het eerst meevaart. In vol ornaat, erkennend dat homoseksualiteit een onlosmakelijk onderdeel is van de samenleving die iedereen aangaat. De strijd die gevoerd wordt gaat niet alleen politiek-maatschappelijke organisaties aan. Voor het derde jaar varen multinationals onder de titel company pride mee. En voor het eerst wordt de Gay Pride serieus gesponsord door ING en TNT. Commercieel ongetwijfeld interessant. Maar het is ook een signaal aan de helft van de homoseksuele en lesbische medewerkers binnen deze bedrijven die niet openlijk durven te zijn over hun homoseksualiteit. De wil om homofobie op de werkvloer actief te bestrijden wordt met dergelijke campagnes, ook voor het midden-management, op niet mis te verstane woorden voor het voetlicht gebracht.

Samen met de talloze andere boten vormt de botenparade met zijn krachtige boodschappen die thema’s agendeert, taboedoorbrekende emancipatie vorm geeft en impulsen geeft aan zichtbaarheid en dus gesprek een heuse emancipatiemotor waar feest en strijd hand in hand gaan.

Of het voorbeeldgedrag geen ééndagsvliegen blijken te zijn zal moeten worden afgewacht. Hoewel de homobeweging alert moet blijven, is er ook het besef dat de Gay Pride bij al deze organisaties en ambtsdragers niet als eerste bijdrage aan de homo-emancipatie is opgekomen. Het past veelmeer in een verandering die sinds anderhalf jaar gaande is, waarin organisaties en politici eerst zijn aangesproken op en zich nu verantwoordelijk voelen voor het bewerkstelligen van de sociale acceptatie. Dat dat naast beleid ook vorm krijgt door zichtbaar aanwezig te zijn op de het meest zichtbare homo-evenement dat denkbaar is, is eerder een logisch gevolg dan een opportunistisch streven. Voor de komende jaren smaakt dat naar meer. Want er is nog een lange weg te gaan.

Frank van Dalen
Voorzitter stichting ProGay, organisator ‘We Are – Amsterdam Gay Pride’