';
Euro-sceptici laten homo’s links liggen

Op D66 na durft geen enkele politieke partij onomwonden voor Europa te kiezen. Bang als ze zijn de eurosceptische stem van het volk tegen zich te krijgen. Maar bedoeld of onbedoeld laten ze daarmee homoseksuele mannen en lesbische vrouwen in Europa in de kou staan. In veel Europese landen wordt homoseksualiteit niet alleen door de maatschappij maar ook door haar politieke leiders afgewezen. Homo’s hebben wat te winnen met een sterk Europa.

Landen die de laatste jaren zijn toegetreden hebben wetgeving moeten aannemen om homo’s te vrijwaren van discriminatie. Ook het Europees Parlement staat aan de goede kant. Europarlementariërs bezoeken Europese Gay Prides zodat regeringen genoodzaakt zijn veiligheid te bieden aan de deelnemers, de homofoob Rocco Buttiglioni werd als Eurocommissaris door het parlement geweigerd en de onlangs aangenomen anti-discriminatierichtlijn werd uitgebreid met homoseksualiteit.

Maar dat zijn de juridische werkelijkheden zoals homo’s en lesbo’s in ondermeer de Baltische Staten en Balkan haarfijn weten uit te leggen. Daar worden GayPrides tegengewerkt en leven homoseksuelen geheime dubbellevens zodat ze niet hun baan verliezen. Lokale homobewegingen worden gemarginaliseerd. Rechten van homo’s in het ene land, worden in het ander land niet erkend, zoals bij het homohuwelijk. De belangrijke Europese waarde van vrij verkeer van mensen is daarmee een relatief begrip geworden.

Het bontst van alle landen maakte Litouwen het die de Equality-truck van de Europese Commissie toegang weigerde omdat er een regenboogvlag aan boord was. In plaats van haar tanden te laten zien en het nee van de Litouwers niet te accepteren, reed de vrachtwagen een blokje om. En daarmee komen we precies op het probleem van Europa.

Europa wil wel. Het Europees Parlement en de Europese Commissie kan moeilijk verweten worden anti-homo te zijn. Maar hun macht is beperkt. Ze lopen op tegen de grenzen die landen aan ze stellen. De Europese Commissie kan Litouwen niet echt op haar kop geven, want ze spreken een lidstaat aan. En dat vinden andere lidstaten geen goed idee, zoveel boter hebben ze allen op hun hoofd. Ook het Europees Parlement doet haar best, maar zonder initiatiefrecht om zelf wetgeving af te dwingen, blijft ze bovenal een tandenloze tijger die het moet hebben van de goede wil van anderen.

Wil Europa echt de waardengemeenschap worden die ze zegt te willen zijn en discriminatie echt wil uitbannen, dan zullen de Europese instituten, de commissie en parlement voorop, meer instrumenten in handen moeten krijgen om hun tanden vaker te laten zien. Als het gaat om homorechten in Europa, mogen we niet langer afhankelijk zijn van een welwillende politicus hier en daar. Ook zal de Raad van Europa een meer zelfkritische houding moeten aannemen. De angst om elkaar onderling aan te spreken op falend beleid en sociaal klimaat in de verschillende landen is zo groot, dat niemand de hete adem in zijn nek voelt als het gaat om mensenrechten. Een schaamlap is snel gevonden en nog makkelijker geaccepteerd om onrecht in eigen land te verdoezelen.

Eurosceptici die zeggen dat Europa zich alleen met het hoogst noodzakelijke mag bemoeien hebben ongelijk. Ze hebben ongelijk als ze daarmee economie en veiligheid bedoelen. Het recht van mensen om van hun vrijheid te genieten is een essentiële Europese waarde die te belangrijk is om aan individuele landen over te laten. De homo of lesbo in verdrukking in Estland of Roemenie kan zich die luxe niet veroorloven. Solidariteit, leiderschap en kracht van Europa wordt gevraagd.

Voor opportunisme is daarvoor geen plaats. Dus als de PVV zegt zich in Europa in te willen zetten voor homo’s en lesbo’s tijdens een roze europa-debat, maar gelijktijdig vindt dat Europa zich alleen mag bemoeien met economische zaken, dan is dat een signaal dat door een homo-onvriendelijk land als Italië goed wordt begrepen.

Voor de partij die daadwerkelijk durft te kiezen voor een sterk Europa valt wat te winnen bij de homo’s en lesbo’s. Het is geen toeval dat D66 onder deze groep, zo’n tien procent van het electoraat, de grootste partij is. Negentig procent van de doelgroep vindt dat landen die homo’s en lesbo’s discrimineren geen geld mogen krijgen van Europa. Maar liefst 79 procent vindt dat homo’s en lesbo’s die in eigen land worden vervolgd vanwege hun geaardheid in Europa asiel moeten krijgen. En 98 procent vindt dat in heel Europa het huwelijk moet worden opengesteld.

Voor een Eurosceptische houding als het gaat om homorechten is geen grond. Het verhaal dat Europa goed is voor homo’s en lesbo’s en daarmee voor iedere burger in Europa is eenvoudig te vertellen. Maar het vraagt om een besef dat economie kan floreren als ieder individu zijn vrijheid optimaal kan beleven en dat Europa gaat om meer dan handelsbetrekkingen alleen. En het vraagt om minder angst voor de kiezer en meer pro-europees leiderschap.

Frank van Dalen

Oud-voorzitter COC Nederland, voorzitter ProGay