';
Stad zonder subsidies

De komende weken wordt in de Stopera de gemeentebegroting behandeld, inclusief subsidies. De boodschap is helder: er worden pijnlijke keuzes gemaakt. Vanaf 2014 wordt 194,1 miljoen structureel per jaar bezuinigd. De gekorte maatschappelijke instellingen kloppen bij de gemeente aan, het verhaal is hetzelfde. Natuurlijk hebben zij begrip voor de bezuinigingen, máár de meerwaarde van hun instelling is zó bijzonder! We schreeuwen het uit, dit kan niet! jaarlijks geeft Amsterdam 262.560.749 euro per jaar structureel uit aan subsidies, 350 euro per Amsterdammer. En dit is exclusief eenmalige uitgaven als bijvoorbeeld Sail. Per jaar heeft de gemeente 1,3 miljard euro vrij te besteden, dus subsidies vormen daar 20% van. Dit bedrag staat in de gemeentebegrotingbijlage treffend genaamd “Subsidiestaat”. Dit structureel subsidiëren is niet meer te verantwoorden, ongeacht politieke kleur. Kan een subsidie voor commercieel bedrijf Droog Designs van 60.000 euro per jaar? Een kindercircus: 800.000? Literaire activiteiten Amsterdam, jaarlijks 3733 bezoekers: 200.000? Het doel van subsidie is om zaken van een publieke waarde te laten plaatsvinden. Vraag is, of alleen de overheid daar voor moet zorgen. Is de Staat de enige, die een publieke waarde voort kan brengen? Kortom: wat doen we, nu we uitgeschreeuwd zijn?

Er moet een cultuuromslag komen waar de overheid niet langer wordt gezien als de geldpot, maar één van de vele partijen waarmee men gezamenlijk een doel bereikt. Verbindingen tussen strategische overheidsinstanties, het bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld en burgers met initiatieven moeten de behoeftes van alle Amsterdammers adresseren. Het is mogelijk om in een netwerk “samenwerken.nu” met partijen initiatieven vorm te geven, zonder dat daar miljoenen aan subsidies onttrokken moet worden. Denk aan marktplaats.nl: Daar wordt vraag en aanbod aan elkaar gematcht, dit zou ook voor zaken van publieke waarde kunnen.

Een gedachte-experiment: wat zou er gebeuren na een totale subsidiestop?

Absolute kaalslag. Het COC zou zijn voorlichtingslessen moeten stoppen. Het Grachtenfestival kan geen doorgang vinden, zij is voor 50% subsidieafhankelijk. Straatcoaches die in kanswijken een oogje in het zeil houden, weg. Dat is een slecht toekomstbeeld. er gebeuren immers ook belangrijke publieke zaken met subsidiegeld. Maar het geeft wél aan dat de meeste initiatieven zo afhankelijk zijn van overheidssteun, dat zij het nu niet meer redden. Afhankelijkheid van één partij is dodelijk voor innovatie die zó nodig is in deze crisis.

Wij pleiten ervoor om dezelfde doelen voort te zetten met andere middelen, uitgaande van principes van maatschappelijk betrokken ondernemen (MBO). Subsidie wordt vervangen door zaken als huisvesting, kennis en inzet. Nederland heeft de meeste vrijwilligers per inwoners op de wereld. Dat is een kans waar we op kunnen bouwen. MBO is dé nieuwe trend onder bedrijven die doorzien dat producten en marketing alleen niet bedrijfsresultaat garanderen. T-Mobile kan je alles vertellen over hoe maatschappelijke steun noodzakelijk is voor bedrijfsvoering. De gemeente kent de Amsterdamse verenigingen en bedrijfsleven op haar duimpje, en kan allen verbinden. Zo kan zij constructief en kritisch naar haar eigen rol in het initiatief kijken.

In plaats van subsidieruif zou het bijeenbrengen van partners de nieuwe rol van de gemeente moeten worden.

Samenwerkingsverbanden tussen instanties kunnen voor elke partij een meerwaarde opleveren, die zij apart niet kunnen bereiken. We zien in Rotterdam Zuid de Scholingswinkel, waar het Albeda College, de Rabobank en de gemeente samenwerkten om de jongeren van de wijk de kansen te geven. De gemeente slaagde er in om schooluitval te verminderen, de Rabobank haakte aan bij een trouw netwerk van nieuwe ondernemers en het Albeda College kreeg stageplaatsen. Het initiatief had het effect van een ‘imagomotormachine’ op Zuid. In kanswijken kan van alles dus wél. Vaak zien gemeenten, bedrijven en het maatschappelijk middenveld die mogelijkheden niet, omdat zij aparte doelen nastreven.

Ook Amsterdam blijft niet geheel achter. In het kader van de creatieve stad organiseert de gemeente op 15 december de ‘Doe het niet zelf’ dag. Klassieke fouten om het nieuwe denken tot een succes te maken liggen helaas op de loer en worden in de praktijk gebracht.

Om MBO succesvol te laten zijn is het van belang de olievlekwerking te stimuleren. Deelnemers uit de verschillende maatschappelijke velden moeten aanhaken en gemotiveerd anderen weer betrekken. Dit kan een dwingende voorwaarde tot participatie zijn. Mensen moeten inzicht krijgen wat iedereen van elkaar verwacht, en kan. Mensen willen er van op aan kunnen dat de tot dan toe onbekende nieuwe partner betrouwbaar en kundig is. Dit inzicht ontbreekt nu vaak waardoor samenwerkingsinitiatieven, zeker waar bedrijfsleven en welzijn elkaar treffen, niet tot stand komen. Samenwerken is een kunst, die met intermediairs geperfectioneerd kan worden. In plaats van subsidies zou de gemeente het intermediairschap via een samenwerken.nl waar deze informatie als een maatschappelijke marktplaats en via feedbacksystemen beschikbaar komt kunnen faciliteren.

De mogelijkheden, mits goed uitgevoerd, zijn eindeloos. Misschien is soms een gymzaal leeg. Misschien zijn er ondernemers die cursussen boekhouden willen geven. Misschien zijn sommige bedrijven zo geïnspireerd door maatschappelijke initiatieven, dat zij die mensen aan zich willen binden. Niet alleen vanwege de uitstraling naar buiten, maar ook omdat het goed is om contact te houden met mensen die kunnen vertellen hoe het echt is. Om gegrepen te worden door mensen die echt wat (willen) betekenen. Dan heb je die subsidie niet noodzakelijkerwijs als startpunt nodig.

Als deze nieuwe maatschappelijke realiteit in praktijk wordt gebracht, kan de subsidiestaat nog aanzienlijk ingekort worden en worden we weer met elkaar verantwoordleijk voor onze maatschappij en onze stad. Groter succes ligt onder handbereik. Heldhaftig. Vastberaden. Barmhartig. Dat is het devies van Amsterdam. Het is nog steeds mogelijk, maar met elkaar.