';
Kort op ontwikkelingssamenwerking Oeganda

Vlak voor kerst werden in Oeganda en Nigeria draconische wetten die homoseksualiteit verder strafbaar stellen aangenomen. Ondertussen worstelt het westen, waaronder de minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans, met de vraag hoe te reageren. Aan het korten op ontwikkelingshulp lijkt men nog niet toe te zijn. Toch is precies dat wat nu nodig is.

Vrijdag 20 december nam het Oegandese parlement een anti-homowet aan die levenslange gevangenisstraf stelt op homoseksuele handelingen. Mensen die verzuimen homoseksuelen aan te geven bij de autoriteiten, waaronder artsen en ouders van homoseksuele kinderen, riskeren tot zeven jaar gevangenisstraf. En op de strijd voor homorechten staat tot vijf jaar gevangenis.

Voordat de wet in werking treedt moet president Museveni de wet ondertekenen. Sinds de wet voor het eerst werd ingediend in 2009 heeft Museveni meermalen aangegeven dat Oeganda zich deze wet niet kan veroorloven. Westerse donoren dreigden te korten op het ontwikkelingsbudget, wat vijfentwintig procent van de Oegandese staatsinkomsten uitmaakt. Inkomsten waar de zittende machthebbers in het corrupte Oeganda als eerste van profiteren.

Minister Timmermans liet begin december weten dat het korten op ontwikkelingsbudget niet aan de orde is zolang de wet niet in werking is. Het gaat echter niet aan om Oeganda te straffen nadat de wet is aangenomen, maar om te voorkomen dat de wet in werking treedt. Om te laten zien dat de eerdere dreigementen van de internationale gemeenschap niet loos zijn, lijkt een eerst korting nu het parlement de wet heeft aangenomen op zijn plaats. Niet Museveni is het eerste doel, maar het parlement.

Museveni krijgt twee kansen om te wet te tekenen of te wijzigen. Doet hij dat niet binnen dertig dagen, dan kan het parlement met tweederde meerderheid de wet alsnog in werking stellen. Die meerderheid is aanwezig.

De Oegandese bevolking denkt zelfs dat de wet al in werking is getreden. Talloze hetero’s nemen reeds afstand van hun homoseksuele vrienden en collega’s. Het gevoel van onveiligheid en paniek onder homo’s en lesbo’s is compleet. De wetten worden ervaren als een fatale aanval op de mensenrechten waar iedere hoop op een fatsoenlijke veilige toekomst de grond is ingeboord.

Bij het doorvoeren van strafkortingen moet om de situatie niet te verergeren worden voorkomen dat de homogemeenschap de schuld krijgt. De verslechtering van de algehele mensenrechtensituatie kan daartoe aangevoerd worden. Zo werd deze zomer, een week na de tweede Oeganda Gay Pride, een wet aangenomen die ervoor zorgt dat onwelgevallige publieke bijeenkomsten kunnen worden voorkomen. Ook werd afgelopen week een wet aangenomen die pornografie en minirokjes verbiedt.

De oorspronkelijke wet, met doodstraf, werd in 2009 door parlementariër en lid van Museveni’s partij David Bahati ingediend. Daarna werd de behandeling vertraagd, van de agenda afgevoerd of anderszins politiek gesaboteerd. De situatie is nu veranderd. Het kat en muisspel waarin de wet juridisch niet van kracht wordt maar om electorale redenen wel keer op keer ter discussie wordt gebracht moet stoppen. Het voedt het homofobe klimaat en brengt homoseksuelen direct in gevaar. Om de wet definitief van tafel te krijgen zal het westen Museveni, onder druk van de strafkortingen, moeten overtuigen zijn macht in zijn eigen partij te gebruiken. Dit is niet kansloos. In het parlement zijn de eerste twee parlementsleden Sam Otada en Fox Odoi opgestaan die de president openlijk hebben opgeroepen de wet niet te tekenen. Ook de eerste geestelijke en als homofoob bekend staande Moses Solomon Male van Arising For Christ heeft de wet als overbodig en irrelevant bestempeld.

Met het tegenhouden van de wet is het vijandige klimaat in Oeganda nog niet verbeterd. Daartoe is meer nodig. Voorzichtige stappen om evangelisten uit de Verenigde Staten die haat prediken in Oeganda in het Westen te vervolgen dienen met kracht te worden voortgezet. Veel van de homo-vijandige wetten in Afrika zijn residuen van het Engelse koloniale tijdperk meer dan, wat zo vaak onterecht wordt beweerd, een onderdeel van de Afrikaanse cultuur. Openlijke erkenning daarvan door Engeland geeft tegengas aan het cultuurrelativisme. Training van homoseksuelen voor politieke functies is een andere stap.

Onderwijl moet de druk blijvend worden opgevoerd. Zo stellen activisten uit Oeganda voor toeristen te ontmoedigen Oeganda te bezoeken. Zelfs economische boycots worden voorzichtig geopperd. Virgin-oprichter Richard Branson heeft westerse bedrijven opgeroepen zich te herbezinnen op hun zakelijke relaties met Oeganda. Daar is alle reden toe. De minister van ethiek en integriteit Simon Lokodo verklaarde eerdere deze week dat de wetten ook op buitenlandse expats van multinationals en ontwikkelingsorganisaties van toepassing zijn. De homoseksuele medewerkers van deze organisaties riskeren uitzetting.

Het water staat de homoseksuelen in Oeganda en even zozeer in Nigeria aan de lippen. Het westen kan en mag niet zwijgen en zal bereid moeten zijn haar tanden te laten zien. Kortingen op het ontwikkelingsbudget is de eerste adequate actie. Herbezinning op buitenlandse investeringen in Oeganda en steun aan de homogemeenschap aldaar om het homofobe klimaat te bestrijden volgen daarop.

Moses Walusimbi en Matovu Julius, oprichters van Uganda Gay On Move, en Frank van Dalen, voorzitter Pride United en voorzitter LGBTI-werkgroep Liberal International.