';
GSA tegen homo-geweld

Deze week werd bekend dat twee jonge homo’s in Amsterdam begin deze maand in elkaar zijn geslagen. De politie is na onderzoek overtuigd geraakt dat het om homo-gerelateerd geweld gaat. Twee weken geleden werd in Zuid-Oost een homoseksuele man in de hal van zijn flat gemolesteerd, in het voorportaal van de plek waar je je veilig en thuis moet wanen werden die waarborgen bij het slachtoffer vernietigd. Homogeweld. Het is geen Amsterdams probleem. We kennen de voorbeelden uit Utrecht en de Amsterdammer Mathijs Beugelink raakte ernstig gewond tijdens ‘onze’ roze maandag in Tilburg. En zo stijgt het aantal gemelde geweldsincidenten al jaren op een rij.

Nadat Chris Crain in 2005 op de Amsterdamse grachten in onze stad met geweld te maken kreeg is homogeweld op de politieke agenda terecht gekomen en er niet meer vanaf geweest. Er is sinds die tijd veel gebeurd. Het Openbaar Ministerie eist aanzienlijk hogere straffen bij “hate-crime”. Politiesystemen kunnen homo-gerelateerd geweld administreren en op de politieacademie zijn agenten getraind in het herkennen van signalen die duiden op dit type geweld. Roze in Blauw zorgt dat daders eerder worden gevonden en slachtoffers zich beter weten gehoord. Extra camera’s zijn geplaatst en op plekken waar veel homoseksuelen samenkomen wordt vaker gepatrouilleerd. De politiek wijst het geweld af. ZuidOost-bestuurder Emile Jaensch is één van de bestuurders die intensief contact zoekt en onderhoudt met de slachtoffers.

En toch weer twee geweldsincidenten in twee weken tijd. Ook de homo’s en lesbo’s zelf roeren zich. Mathijs Beugelink richtte een stichting op tegen homo-gerelateerd geweld, in de hele stad zijn pink-codes ontstaan om de roze sociale structuur te versterken en daarmee ook het gevoel van veiligheid onder homo’s en lesbo’s te vergroten.

Maar het lijkt allemaal niet genoeg. De frustratie binnen de homogemeenschap groeit. De belangrijkste taak die een staat heeft, is het bieden van veiligheid aan haar burgers. Zonder veiligheid geen vrijheid. De reacties op weer een geweldsincident op facebook en twitter worden militanter. Het geduld raakt op. Weinig is meer nodig om incidenten te laten ontstaan, zoals Erwin Olaf ons een paar weken geleden onhoffelijk liet zien.

Voor veel daders is de confrontatie met vermeende zichtbare homoseksualiteit al reden om zich in de mannelijkheid aangevallen te voelen. Ze vinden dat ze bij dit type dreiging tot verdediging mogen overgaan en geweld een optie is. Schelden is dan de lichtste vorm. Stelt het slachtoffer zich weerbaar op, dan lijkt dit het startsein voor blinde woede met al het geweld als gevolg. Niet voor niets dat menig homoseksueel zich onzichtbaar probeert te maken en de afscheidskus achterwege laat of weigert hand in hand te lopen.

Het zijn inzichten die niet hoopvol stemmen. Vandaag nog kwam ik een vriend tegen. Zijn gezicht bont en blauw. Een uit de hand gelopen conflict over niks was de oorzaak. Een conflict dat gepaard ging met “kanker-homo” en alle denkbare varianten. Tot de klap kwam. Homo als scheldwoord, om de medemens in een vermeende minderwaardige positie te brengen. Om de eigen mannelijkheid te beschermen of macht in een conflict te verwerven.

Je kunt camera’s ophangen tot je een ons weegt, daders voor de rest van hun leven opsluiten of een heel korps omtoveren tot een roze in blauw, maar zonder fundamentele mentaliteitsverandering in de samenleving blijft het bij het noodzakelijke dweilen met de kraan open. Meer is nodig.

Voorlichting en zichtbaarheid zijn de strategieën om meer acceptatie te bewerkstelligen. Zichtbaarheid neemt toe. Maar de helft van de Amsterdamse scholen doet nog niets aan voorlichting en zal door de verplichtstelling van voorlichting daartoe gedwongen moeten worden. Als tenminste docenten in de klas homoseksualiteit in de mond durven te nemen.

Ook zijn er scholen waar GSA’s worden gesloten. Deze GSA’s zijn allianties van homo’s en hetero’s die gezamenlijk “nee” zeggen tegen homofobie en “ja” tegen sociale acceptatie en tolerantie. Het is de mini-samenleving die opkomt voor het recht om jezelf te mogen zijn zonder afgewezen, beschimpt of erger te worden. Wat Amsterdam nodig heeft is een GSA op grote schaal. In de sport die achter blijft, op de werkvloer waar tallozen in de kast zitten, op basisscholen waar het fundament voor normen en waarden wordt gelegd. Een gemeente die zaken doet met bedrijven waar maatschappelijk verantwoord ondernemen ook non-discriminatie inhoudt. Op iedere plek waar mensen in diversiteit samenkomen, waar normen en waardenoverdracht plaats vinden, zou de GSA moeten worden gevormd. Dit alles vanuit de gedachte dat een maatschappij die anders zijn als positieve waarde ziet, een maatschappij is waar innovatie en vooruitgang ruim baan hebben. Een Amsterdam dat een sterke succesvolle toekomst zal kennen, waar het gevoel van geluk en veiligheid niet enkelen maar iedereen toekomt.

 

Frank van Dalen is oud-voorzitter van COC Nederland en voormalig raadslid van de VVD.