';
Artikel Gay Krant Uganda beach pride

Wie Uganda zegt denkt niet direct aan een Gay Pride. Toch vond dit jaar alweer voor de tweede keer Uganda Beach Pride plaats. Het lijkt een contradictie. Het land waar het nieuwsblad Roling Stone homoseksuele mannen en lesbische vrouwen outte, het land waar een anti-homowet met doodstraf en al in behandeling is en waar gay-activist David Kato werd vermoord. Juist in dat land vindt een gaypride plaats, met politiekbescherming en al. Reden genoeg om ter plaatste polshoogte te nemen.

In 2009 nam parlementslid David Bahati het initiatief tot een nieuwe anti-homowet. Deze wet heeft het doel om traditionele familiewaarden te beschermen door een verbod op relaties of omgang tussen personen van het gelijke geslacht en het verbieden van promotie of erkenning van homoseksualiteit op welke wijze dan ook. De voorgestelde straffen liegen er niet om. Twee personen die een same-sex relation willen laten formaliseren als huwelijk lopen kans op levenslange gevangenisstraf. Iemand die hulp biedt aan homoseksuelen riskeert 7 jaar gevangenis. Deze straf kan opgelegd worden bij voorlichting over homoseksualiteit, in de wetstekst wordt consequent gesproken over propaganda. Personen die in een autoriteitspositie verkeren en kennis krijgen van zaken die onder de wet vallen en daarvan geen melding doen binnen 24 uur, kunnen tot 3 jaar gevangenisstraf worden veroordeeld. Dit geldt ook voor ouders en doctoren.

Toch is vier jaar later de wet nog steeds niet aangenomen. President Museveni heeft zelfs al laten weten als de wet het parlement passeert, hij deze niet tot wet zal tekenen. De immense internationale druk die Uganda op dit thema ervaart ligt hieraan ten grondslag. Museveni heeft in de media meermalen verzucht dat waar hij in de wereld ook gaat, in welke internationaal forum hij ook spreekt met andere regeringsleiders, homoseksualiteit en de “anti-gay bill” staan altijd als eerste op de agenda en overschaduwen alle andere gespreksonderwerpen. De wet blijft hangen in de eerste ronde van behandeling en lijkt daar voorlopig ook niet uit te komen. Er zijn maar weinigen die geloven dat de wet de komende jaren ook echt zal worden aangenomen. De verwachtte economische schade door strafkortingen op ontwikkelingshulp wordt te groot geacht.

Daarmee is niet gezegd dat de homoseksuelen in Uganda voorlopig geen risico lopen. Meerdere politici hebben al betoogd dat de wet overbodig is. Van de 18 artikelen die de wet telt, daarvan komen er 12 sowieso al in de Oegandese wetgeving voor. Voor de LHBT-gemeenschap in Oeganda is er nog juridisch risico genoeg.

Daarbij komt dat voor veel Oegandezen, die door de enorme media-aandacht die de wet ook in Oeganda heeft gekregen, het onderscheidt tussen een wetsvoorstel en een feitelijk aangenomen wet niet duidelijk is. Daarmee wordt het toch al sterk homofobe klimaat verder gestimuleerd.

Hoezeer bleek tijdens de begrafenis van David Kato Kisuule. Deze openlijke gay-activist werd in januari 2011 bruut vermoord. Tot op de dag van vandaag is niet helder of er sprake was van een gewone misdaad of hate-crime. Een paar maanden daarvoor had de krant de Rolling Stone zijn foto nog gepubliceerd met de tekst “Hang them”. Maar de politie koppelde zijn moord aan een serie overvallen in de buurt in de maanden voor zijn dood. De dood van David kwam als enorme schok voor de Oegandese LHBT-gemeenschap. Maar ook internationaal trok zijn dood aandacht. Dodenwaken werden georganiseerd en zelfs president Obama liet weten diep bedroefd te zijn over de dood van een moedig man die zich durfde uit te spreken tegen haat en voor eerlijkheid en vrijheid. Het weerhield de anglicaanse priester Thomas Musoke er niet van hate-speech te prediken in aanwezigheid van honderden aanwezigen die David de laatste eer wilde bewijzen. Een politie-escorte kon ternauwernood voorkomen dat het geheel uit de hand liep.

De aanwezigen activisten droegen T-shirts met het portret van David en de slogan “Aluta continua”. En de strijd gaat door. Na de dood van David stond een nieuwe groep leiders op. Jacqueline Kasha, Pepe Onziema, Frank Mugisha en Long Jones zijn een aantal van de activisten die besloten de fakkel over te nemen.

Uganda is een extreem homofoob land. Zo’n 84% van het land is christelijk en 12% moslim. Op iedere hoek van de straat is in de hoofdstad Kampale een kerk of ruimte die als kerk dienst doet te vinden. De Moskeeën zijn groot en worden goed bezocht. Evangelisten uit de VS, vaak hate-speech richting homoseksuelen, actief uitdragend, vinden vruchtbare grond in Uganda. De bevolking groeit hard. Waren er in 2002 nog maar 24 miljoen inwoners, tien jaar later is dat aantal gestegen tot 35 miljoen inwoners. Met een gemiddeld aantal kinderen van 8 per familie zal deze groei zich voorlopig nog voortzetten. Uganda is dan ook een jong land met een gemiddelde leeftijd rond de 15 jaar.

De economische groei kan bij lange na niet de bevolkingsgroei bijhouden. En hoewel de regering fors investeert in onderwijs, scholen en kinderdagverblijven zijn overal zichtbaar, lost het de armoede niet op. De algehele infrastructuur is slecht, net als de sociale omstandigheden, gezondheidszorg terwijl de corruptie groot is en het land verlamt. Overheidsinkomsten komen vooral door importproducten te belasten. Dat is geen model voor groei.

Oeganda is sterk afhankelijk van ontwikkelingsgelden. Met homoseksualiteit zo sterk op de agenda weten westerse donoren ook de lokale homobeweging te vinden. Voor de lokale homo-organisaties een zegen. Want zonder deze steun kunnen de meeste organisaties niet bestaan. Toch lijkt ook hier sprake te zijn van de bekende “aid-dependency trap”. Voor de meeste openlijke LHBT-activisten is de steun uit het westen ook gelijk het inkomen. Met vrijwel geen kansen op de arbeidsmarkt, kan men op deze wijze voorzien in de eigen levensbehoefte. Lokale LHBT’s die het mechanisme snappen, beginnen ieder gesprek dan ook met de vraag naar geld en mogelijke fondsen. Als armoede en werkloosheid je deel is, dan kan een eigen organisatie wellicht oplossing bieden.

Het levert een scala aan initiatieven en organisaties op. En hoewel er samengewerkt wordt binnen de parapluorganisatie SMUG (Sexual Minorities Uganda) ligt het risico van verdeelde aandacht op de loer. En zoals iedere topsporter weet, verdeelde aandacht levert minder resultaat. De enorme aandacht vanuit het westen voor de lokale activisten heeft ook nog een ander neveneffect. In Amsterdam traden verschillende activisten uit Oeganda tijdens de Gay Pride op het podium en in de botenparade op. Strijders voor de liefde. Maar het is niet de enige uitnodiging die ze krijgen. Internationale conferenties, gay prides en vergaderingen in het kader van de VN, voortdurend wordt een select groepje activisten uitgenodigd. Het levert scheve gezichten op binnen de eigen gemeenschap in Oeganda.

Er is sprake van jaloezie, wie wil er niet op kosten van een ander de halve wereld overvliegen. Maar serieuze kritiek is er ook. Doordat het leiderschap veelvuldig in het buitenland zit, is er te weinig tijd om aandacht te besteden aan solide opbouw van de organisaties, zo stellen sommigen. Menig lokale homo of lesbo zegt te weinig te merken van de hulpgelden van het westen. Dat er geen safe-houses zou zijn waar homo’s of lesbo’s in direct gevaar ondergebracht kunnen worden is serieuze klacht.

Want als jonge homo of lesbo in Oeganda heb je het moeilijk. Komt je familie er achter, dan wordt je in het op tribale systemen gebouwde Oeganda waar je eigen collectief belangrijker is dan het individu, zonder pardon uit de familie gegooid. Ook wordt financiële steun stop gezet. Dat betekent het einde van de studie. En mocht je al werk hebben, dan volgt ontslag. In een land waar werkloosheid zo enorm is en waar één inkomen vaak in het levensonderhoud voorziet tot wel twintig personen, levert dit een uitzichtloze situatie op. Een zwervend bestaan van vriend naar vriend, kleine beetjes geld lenend en bij elkaar sprokkelend zorgt dat veel jongeren kiezen voor een bestaan als sekswerker. Binnen de LHBT-gemeenschap rust er geen taboe op en wordt er tamelijk openlijk over gesproken. Zo veelvuldig komt het voor.

Maar het leven van een sekswerker is hard en rechteloos. Zijn klanten worden opgepikt op in bars en hotels. Oegandese mannen met verborgen dubbellevens of gewoon de behoefte hun lusten te bevredigen. Verkrachting, mishandeling, ziektes en het weigeren te betalen van het afgesproken bedrag zijn aan de orde van de dag. In maar liefst in zeven van de tien gevallen is er gedoe nadat een klant is opgepikt. Naar de politie gaan is geen optie in het land waar homoseksualiteit in het wetboek van strafrecht voorkomt. Chantage, verkrachting en vernedering van de slachtoffers zullen eerder door de politie worden vorm gegeven dan de daders te vervolgens.

Naast het geweld is ook het risico op aandoeningen levensgroot. Veel mannen willen onbeschermde seks. Veel sekswerkers dragen uit voorzorg een vrouwencondoom. De klant denkt te krijgen wat hij wil en de sekswerker is enigszins beschermd. Toch zijn de medische kosten hoog. En hulp is niet altijd mogelijk. Als geldgebrek al geen probleem is, dan is het de weigering van arts of ziekenhuis dat wel. Wie te vaak medische hulp nodig heeft voor letsel door mishandeling al dan niet in combinatie met seksueel overdraagbare aandoeningen loopt in het vizier en wordt medische hulp ontzegd. Homofobie is aanwezig in de hele maatschappij.

Om in zijn levensonderhoud te voorzien heeft een sekswerker maandelijks 2 miljoen shilling nodig. Met één klant worden er vijftigduizend verdiend. Als er betaald wordt tenminste. Het leven van een sekswerker is hard en rauw. Steun van zijn collega’s hoeft hij niet te verwachten. De concurrentie is moordend. Er wordt onderling geroofd en gestolen. Roddels worden verspreid, zodat klanten van sekswerker wisselen. Wie de mobiele telefoon weet te bemachtigen van zijn collega is spekkoper. Niet alleen verliest de eigenaar zijn lijst met klanten en dus zijn inkomen, schaamteloos wordt de klantenlijst nagebeld en de klant overgeheveld.

Maar voorzichtige nieuwe initiatieven zien het licht. Zo wordt er gewerkt aan de opzet van een bedrijf dat sierraden en andere producten maakt en deze op de markt verkoopt. In dienst zijn alleen transgender personen. Het idee is dat betrokkenen op deze wijze een eigen stabiel inkomen verwerven. Steun voor dit soort initiatieven ontbreken vooralsnog. Als er geen geld is, is zelfs een laag opstartbudget een probleem. De wereldwijde federatie van gaypride organisatoren InterPride kijkt nu of ze haar infrastuctuur ter beschikking kan kan stellen om in groter volume en voor ene betere prijs producten op de markt kan zetten. Pas als dat lukt kunnen er meters worden gemaakt en grotere groepen LHBT’s bij het initiatief worden betrokken. Westerse landen zullen steun moeten geven. In de vorm van micro-krediet, maar ook bij de steun om materialen te verzenden en geld over te hevelen. Het zou niet voor het eerst zijn dat de regering post laat verdwijnen en geld uit het buitenland vast houdt en naar haar eigen bankrekening doorsluist.

Hoop is er ook als gekeken wordt naar het juridisch systeem. Nadat de krant Roling Stone homoseksueel mannen en lesbische vrouwen outte sleepte de dappere activisten de krant voor het gerecht. De krant werd veroordeeld tot aanzienlijke boetes en ging uiteindelijk failliet. Het was een overwinning die terecht groots werd gevierd. Naar Afrikaanse standaarden functioneert het rechtelijk systeem heel behoorlijk.

Zo is er geen verbod op het houden van bijeenkomsten. Nadat op het slotfeest van de eerste gaypride in 2012 de organisatoren werden gearresteerd, moest men de arrestanten al weer snel laten gaan. Er was geen grond om ze vast te houden. Excuses volgde.

Toch heeft de uitwerking van de arrestaties tijdens de eerste gaypride zijn uitwerking op de tweede gaypride begin augustus van dit jaar niet gehad. Een collectief van organisaties en individuen onder aanvoering van Jacqueline Kasha is verantwoordelijk voor wat als een echte moderne gay pride kan worden omschreven. Vier dagen van debatten, culturele activiteiten, een transgendernight, informatiemarkt en aandacht voor thema’s als gezondheid en natuurlijk de feesten vormden de aanzet tot de parade. De eigenaresse van de locatie waar één en ander werd georganiseerd is zich bewust van de risico’s. Is er wettelijk niet direct een blokkade, tot haat ophitsende evangelisten die zich op de social media niet onbetuigd lieten maar de locatie deze keer niet wisten te achterhalen, woedende inwoners die het recht in eigen hand nemen of een boycot door de heterogemeenschap van de “besmette” locatie zijn reële scenario’s. Er gebeurde niets. Tientallen lokale LHBT’ers hadden gewoon een goede tijd.

De bom ontplofte pas in de laatste nacht voor de parade. Was vorig jaar de parade nog in een openbaar toegankelijk gebied, zonder bescherming van de politie en gedurende drie uur, dit jaar hadden de nieuwe coördinatoren besloten het gebied, een strand in Entebe op ruim een uur rijden van Kampala, te huren en daarmee af te sluiten voor gewoon publiek. Ook werd de politie omgekocht om bescherming te bieden en had men ingestemd met een mars van vijftien minuten. Initiatiefnemer Jacqueline Kasha ontstak in een furieuze woede.

Voor haar was dit geen voortuitgang, maar een paar forse stappen terug. In alle hevigheid kwam de tweespalt in de community bloot te liggen. Is de pride een emancipatie-instrument om betere rechten af te dwingen of een manifestatie om de lokale LHBT’ers een goed gevoel te geven. Ruim tweehonderd lokale LHBT’ers verzamelde zich op het strand, zich niet bewust zijnde van het conflict achter de schermen. En het was feest. En de parade vond plaats. En hij duurde inderdaad maar kort. Voor Kasha was het teveel. Terwijl de parade terugkeerde om het feest voort te zetten, stortte ze in en bleef ze eenzaam en alleen ineen gezegen op een veldje achter.

Ze zag de regering in internationale fora de kritiek al pareren, “we hebben gayprides en die worden bescherm door de politie”, subtiel het omkopingselement weg latend. Ze zag haar droom van een mars door de straten van Kampala op afzienbare tijd in rook opgaan. Ze zag de angst het won van strijdbaar activisme. Maar haar mensen mochten het niet weten. Als chief van de community moet ze sterk zijn zo vindt ze zelf en dus hernam ze zichzelf en stortte zich in het feestgedruis. Dat een aantal mensen hun biezen zouden kunnen pakken in de week die zou volgen, zo veel was wel duidelijk.

Want ook volgend jaar moet er weer een gaypride plaats vinden. Groter dan dit jaar, met meer publiek en aandacht in de media. Of het gaat gebeuren in de vraag. In de week na de gaypride nam het parlement de Public Order Management Bill aan. Een wet die voorschrijft dat iedereen die een bijeenkomst wil organiseren in de openbare ruimte, hiervoor eerst toestemming moet krijgen van de politie. Het is deze wet die wel eens een blokkade kon worden op toekomstige gayprides in Uganda. Het westen zweeg over deze wet.