';
Weigerambtenaren lobby

In Nederland is het al weer tien jaar geleden dat het huwelijk voor paren van gelijk geslacht werd opengesteld. Zestien jaar lobbyen gingen daar aan vooraf. Jan Wolter Wabeke zag mogelijkheden in de wet om het huwelijk voor homo’s en lesbo’s mogelijk te maken. Na aanvankelijk bij het COC boot te hebben gevangen, richtte hij zich tot Henk Krol. Die werd daarmee het boegbeeld van de lobby voor de openstelling van het huwelijk. En hoe feestelijk de wereldwijde primeurs op 1 april 2001 ook waren toen de eerste homo- en lesbokoppels in het huwelijk traden, er zat een vlekje op de openstelling. Het was de initiatiefnemers niet gelukt te voorkomen dat weigerambtenaren bescherming zouden krijgen.

Toenmalig staatssecretaris Job Cohen, die later de eerste “homohuwelijken” zou sluiten liet weten dat gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand niet gedwongen zouden worden homo’s en lesbo’s te trouwen. Het leek de initiatiefnemers niet te deren. Tot 2007 was het stil.

Nadat in 2007 het CDA-PvdA-ChristenUnie kabinet tot stand kwam veranderde er iets. Toenmalig COC-voorzitter Frank van Dalen had achter de schermen intensief onderhandeld met ChristenUnieleider André Rouvoet over het homobeleid. Voor het eerst in de geschiedenis kwam er een uitgebreide passage over bestrijding van homovijandigheid in het regeerakkoord. De dag voordat het regeerakkoord openbaar zou worden gemaakt belde Rouvoet met van Dalen om de laatste puntjes op de ‘i’ te zetten. Toen werd ook voor het eerst duidelijk wat voor passage in het regeerakkoord zou worden opgenomen over de weigerambtenaren. De weigerambtenaren zouden, als ze gedwongen zouden worden tot ontslag in gemeenten, wettelijke bescherming krijgen. Zover is het nooit gekomen. Rouvoet had Wouter Bos van de PvdA en Jan Peter Balkenende ondertussen laten weten met de homobeweging de passages over het homobeleid te hebben afgestemd. De daaruit sprekende suggestie dat de homobeweging het ook eens was met de passage over de weigerambtenaren bracht van Dalen ertoe contact te zoeken met Wouter Bos. Dat mislukte jammerlijk in de hectiek van het moment en al snel was het kwaad gescheidt.

De passage activeerde de homogemeenschap in brede zin. Zo begonnen diverse acties, waaronder die van Albert Verlinde die dagenlang aandacht vroeg voor de weigerambtenaar. Artikelen in dagbladen verschenen. Het COC maakte een inventarisatie van alle gemeenten zodat duidelijk werd waar nog weigerambtenaren zaten. Het leidde er toe dat een groot aantal gemeenten besloten beleid vorm te geven om weigerambtenaren te weren. Op 1 april 2007, 6 jaar na de openstelling, tekende PvdA, VVD, D66, GroenLinks en SP, samen goed voor een ruime kamermeerderheid, bij het homomonument een convenant met het COC om een einde te maken aan de weigerambtenaar.

Ondertussen richtte het COC haar pijlen ook op de Vereniging van Nederlandse gemeenten die zich genoodzaakt zag een ambivilent standpunt in te nemen en het beleid aan de gemeenten zelf over te laten. Ook de Commissie Gelijke Behandeling kreeg bezoek van het COC. Op een receptie sprak van Dalen de toenmalig directeur van de Commissie Gelijke Behandeling aan op het standpunt van de CGB over weigerambtenaren. De CGB was het eens met het kabinet. Het gesprek leidde er toe dat er expertmeetings werden georganiseerd en in 2008 veranderde het CGB haar standpunt. Voor de weigerambtenaar zou geen plek meer moeten zijn.

Ondertussen lobbyde het COC door en bij het aantreden van het kabinet Rutte bleek de passage over de weigerambtenaar te zijn verdwenen. Minister Bijsterveldt liet achter de schermen weten echter niets te willen veranderen en het aan gemeenten te willen overlaten.

De relatieve stilte werd op 25 mei j.l. verbroken. Ans van der Velde, van Trots in de gemeenteraad, had in Amsterdam vragen gesteld of er in Amsterdam nog weigerambtenaren waren. In de commissie vergadering Algemene Zaken van 19 juni werden de antwoorden van het College van Burgemeester en Wethouders met de raadsleden gedeeld. Er bleken in Amsterdam twee weigerambtenaren in dienst te zijn. Trots zweeg.

Op 25 mei riep van de Dalen het college ter verantwoording. In 2007 had het college nog aangegeven dat er in Amsterdam geen weigerambtenaren waren en de raad had als beleid vastgesteld dat er in Amsterdam ook geen ruimte was voor weigerambtenaren.

Het antwoord van het college liet niet lang op zich wachten. VVD-wethouder Eric van der Burg maakte op 1 juni tijdens de raadsvergadering klip en klaar duidelijk dat voor betrokken ambtenaren of een andere functie of ontslag de enige twee opties waren.

Het incident in Amsterdam liet de gemoederen elders in het land hoog oplopen. Henk Krol besloot af te zien van de uitnodiging van de minister om mee te varen tijdens de Canal Pride op haar boot. In Den Haag sprak CDA-wethouder Karten Klein zich uit tegen weigerambtenaren. En het COC organiseerde op 28 juni een protestactie op het Binnenhof. Die dag kwamen een aantal moties in de Tweede Kamer tot stemming waaronder eentje over de weigerambtenaar.