';
Visionair leiderschap nodig als basis voor ‘benoemen en bouwen’

Het pleidooi van de initiatiefnemers ‘benoemen en bouwen’ begin dit jaar in Trouw voor meer tolerantie en respectvol naar elkaar luisteren en in gesprek gaan is vooral een moreel appèl vol goede bedoelingen en brave voornemens. Men wil teveel terug naar de geordende polder waar confrontaties gemeden worden en in goed overleg alle plooien rechtgetrokken worden.

Terwijl er nu vooral behoefte is aan visionair leiderschap om angst voor de toekomst te doorbreken door met oplossingen te komen om ons land in een snelveranderende wereld vooruit te helpen. Meer ambitie voor de toekomst van Nederland is dan ook noodzakelijk.

De initiatiefnemers stellen ondermeer dat de vrijheid van meningsuiting wordt misbruikt om elkaar te kwetsen. Een verwijt dat de directeur van het Haags gemeentemuseum de Iraanse kunstenares Sooreh Hera maakt vanwege haar foto’s van homomannen met maskers van Mohemmed en Ali om het taboe op homoseksualiteit binnen de Islam zichtbaar te maken. Als reactie hierop stelde vice-premier Wouter Bos dat niemand het recht heeft om te kwetsen, maar ook dat niemand het recht heeft niet gekwetst te worden. De complexe balans tussen vrijheden en een leefbare samenleving werden daarmee in één zin vervat. Zonder overigens een oplossing te bieden.

Kwesties rond homoseksualiteit leggen vaker tegenstellingen in ons land bloot. Zoals ook blijkt uit recente kwesties als de weigerambtenaren of de gedragscode bij de ChristenUnie. Dat zijn geen incidenten, maar signalen dat we in ons land niet goed om weten te gaan met confronterende beelden of botsende opvattingen. Het liefst vegen we die polderend onder het tapijt. In de moderne open samenleving die we zijn geworden met mondige burgers werkt dat niet meer. We hebben een weerbare samenleving nodig die niet te snel op haar teentjes getrapt is. Zelfcensuur als inperking van de vrijheid van meningsuiting of expressie opdat niemand zich gekwetst hoeft te voelen, is in ieder geval niet de oplossing.

In de fatsoenlijke samenleving waar de filosoof Avishai Margalit voor pleit, wordt het pleidooi van de initiatiefnemers voor een tolerante samenleving, vervangen door het werken aan een pluriforme samenleving waar verschillen tussen mensen positief gewaardeerd wordt. In zo’n samenleving vindt niet bijna de helft van de bewoners het weerzinwekkend als twee mannen elkaar een zoen geven.

Om deze meer ambitieuze doelstelling waar te maken is het juist niet nodig om een nieuwe balans te vinden tussen ‘de waarden van toen en de waarden van nu’ zoals de initiatiefnemers betogen. Deze zijn voldoende vastgelegd in wetten en richtlijnen. Probleem is dat ze als norm onvoldoende in onze samenleving nageleefd worden. We moeten dan ook ophouden te polderen en te marchanderen met universele mensenrechten. Dus moet de overheid inderdaad op grond van het Vrouwenverdrag de SGP dwingen tot het schrappen van een artikel in de statuten dat vrouwen een onvervreemdbaar politiek recht ontneemt.

Het pal staan voor universele rechten betekent dat de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd blijft. Temeer daar deze vrijheid vooral bestaat op het recht onwelgevallige meningen gehoord te laten worden. Tegenover dit recht staat de plicht te vragen naar concrete oplossingen. Het schrappen van geweldpassages uit Koran of Bijbel volstaat niet om de afwijzing van homoseksualiteit teniet te doen. Pal staan voor universele rechten betekent ook het misbruik daarvan tegengaan. Godsdienstvrijheid is er niet om anderen het eigen morele gelijk op te leggen.

In het debat moet de politiek afscheid nemen van de getuigenispolitiek. Tegenover het ‘wij-zij’-denken van Wilders heeft het kabinet ‘samen werken, samen leven’ gezet. Onvrede wordt benoemd, maar oplossingen blijven achterwege. De gevoelens van angst en onzekerheid bij de bevolking werden daarbij genegeerd. De insteek van de initiatiefnemers dat het probleem vooral zit in de multiculturele samenleving is te beperkt. Globalisering, milieu en de toenemende invloed van de Europese Unie zijn evenzeer bronnen van angst die het gevoel van onbehagen en onzekerheid onder de bevolking voeden.

De overheid moet leiderschap tonen dat uitgaat van het principe uit Margalit’s fatsoenlijke samenleving waarin de overheid er altijd voor zorgt dat burgers zich niet vernedert of uitgesloten voelen. Homo’s mag je niet in elkaar slaan, maar verplichte lessen op school om acceptatie te kweken blijft achterwege. We zijn immers niet van de gedachtepolitie, aldus minister Plasterk in het Reformatorisch Dagblad. Zorgt de politiek niet voor het ontmantelen van uitsluitingmechanismen dan zullen minderheden zich meer en meer gemarginaliseerd en gefrustreerd voelen. In zo’n samenleving komen groepen tegenover elkaar te staan en dwalen individuen rond met hun machteloze woede en frustratie die vroeg of laat aan de oppervlakte komt.

Dat is geen verharding van de maatschappij, maar het product van mislukte politiek. Meer ambitie, dus visionair leiderschap is nodig om buiten gebaande paden te treden, zonder terug te grijpen op een voorbij verleden. Het is nodig om daadwerkelijk ‘samen te werken, samen te leven’.

Frank van Dalen
Voorzitter COC Nederland

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments