';
Nieuwjaarsrede 2008

Koepelkerk te Amsterdam, 27 Januari 2008

Bram van Dort: Ik ben een jongen van 18 die net uit de kast begint te komen.

Hiervoor heb ik veel drugs gebruikt om de gevoelens te onderdrukken aangezien het in mijn ogen niet kon, omdat iedereen er zo dom en afkeurend over doet.

Juist door de emancipatie doen mensen er steeds normaler over en hoop ik dat ‘t steeds meer geaccepteerd word, dan kan niet zonder uw hulp! Daarom zeg ik, steun het COC!!

De positie van vele homo’s en lesbo’s, de afwijzing maar ook de hoop in 1 zin vervat. De emancipatiemotor moet draaien.

Wesley (14): In mijn woonplaats heeft bijna niemand er problemen mee dat ik homo ben, en dat moet zo blijven, en in de rest van Nederland ook zo worden!

De homo-emancipatiemotor mag niet stilvallen! omdat het mij licht gaf in de duisternis! willen ze dan dat mensen weer in de duisternis vallen!? Roos.

Twee jaar geleden lanceerde het COC de derde fase van de emancipatiestrijd. Zorgen dat sociale acceptatie wordt bewerkstelligd.

En daar is alle reden toe. Nog steeds vindt de helft van alle Nederlanders het afstotelijk als twee mannen elkaar een zoen geven. Dat willen we niet zien. Doe gewoon is de opdracht. Doe hetero. Ook vandaag nog. Nederland anno 2008.

In tweeëneenhalf jaar waarin het COC heeft ingezet op de nieuwe missie is veel bereikt. 16minners, Iraanse asielzoekers, meemoeders, strafverzwaringen, weigerambtenaren, internationale campagnes en meer.

In tweeëneenhalf jaar is er veel gebeurd. En meer is nodig.

In etnische en religieuze kring wordt homoseksualiteit meer dan ooit besproken. Maar we staan slechts aan het begin. De belangen van transgenders staan op de agenda, maar de oplossingen zijn nog niet geland.

Het COC vroeg en kreeg een passage in het regeerakkoord, een sterke minister en de homo-emancipatienota. Een nota boordevol goede uitgangspunten en bedoelingen. Er is zelfs extra budget. Niet voldoende, maar toch.

Er is in tweeëneenhalf jaar veel bereikt. Maar dat ging niet vanzelf.

Bewondering heb ik voor de professionals van het COC die projecten met maatschappelijke impact weten vorm te geven. Bewondering is er ook voor de ruim vijfenzeventig vrijwilligers die COC Nederland ondersteunen, waarbij ik in het bijzonder de Landelijke Werkgroep Politiek onder aanvoering van Philip Tijsma wil noemen. Bewondering heb ik voor de lidverenigingen van het COC en de bijna 1.000 vrijwilligers die daar iedere dag opnieuw actief zijn. Niet voor niets regende het afgelopen jaar vrijwilligersprijzen voor COC’ers. Aan allen, de homo-emancipatie is jullie veel dank verschuldigd.

Er is veel bereikt. Maar dat was niet goedkoop.

In twee jaar tijd heeft het COC 1,2 miljoen euro geïnvesteerd in de homo-emancipatie. De helft daarvan is door het COC uit eigen middelen voldaan door een aanslag te plegen op haar eigen vermogen.

Er is veel bereikt. Meer is nodig. Maar het einde is in zicht. De emancipatiemotor dreigt stil te vallen. Het geld is op.

Het kabinet heeft vijf operationele doelen in de homo-emancipatienota Gewoon Homo Zijn geformuleerd. De basis daarvoor werd gelegd in de beleidsvisie van de brede homobeweging.

We zijn tevreden met die vijf operationele doelen. Om homoseksualiteit bespreekbaar te maken, de aanpak van geweld en intimidatie, de internationale inzet, de gay-straigh-allianties en homovriendelijkheid als doel op school, het werk en in de sport.

De beloften zijn mooi. Maar succesvolle emancipatie en maatschappelijke verandering kan alleen worden bereikt als de primaire emancipatiemotor op volle kracht kan blijven draaien. Dames en heren, ik maak mij zorgen over die emancipatiemotor. Van turbo naar tweetakter is geen emancipatiebeweging. Dat is stilstand. En u weet als geen ander wat ons dat brengt.

En dat vind ik niet alleen. Uitgedaagd door het ministerie, laat je draagvlak zien. Zonder enige vorm van publiciteit, laat de beweging uit eigen kracht spreken. En de beweging heeft gesproken. Ruim 1.600 steunbetuigingen waarvan zo’n 100 organisaties, tientallen opinieleiders, honderden jongeren tussen 13 en 22 en vele anderen spraken zich uit: laat de homo-emancipatiemotor draaien.

Jordy, 18 jaar schreef: Zonder de activiteiten van het COC weet ik zeker dat ik er niet meer was geweest.

Zonder de activiteiten van het COC weet ik zeker dat ik er niet meer was geweest.

Wij vragen u vandaag minister Plasterk. Voeg een zesde operationeel doel toe. Kies voor steun aan een beweging die zich committeert om taboedoorbrekende emancipatie vorm te geven. Die dag in dag uit zichtbaarheid als strategie van ‘minder onbekend, minder onbemind’ inzet. Die maatschappelijke instituties van informatie voorziet zodat goed beleid kan vorm krijgen. Waar solidariteit wordt georganiseerd en die als de kraamkamer van de homobeweging fungeert, waar nieuwe clubs ontstaan of die als pitsstop fungeert waar bestaande clubs kunnen bijtanken, nieuwe energie op kunnen doen.

Minister Plasterk. Namens talloze roze organisaties, namens talloze individuen, namens onze toekomst: laat de emancipatiemotor niet stil vallen. Ik vraag het u. Vandaag. Namens velen.

De wet zegt dat wij onszelf mogen zijn in Nederland. De maatschappij denkt daar voor een belangrijk deel nog anders over. Veertienjarigen kunnen niet weten of ze homo of lesbo zijn. Met die extravagantie tijdens de Gay Pride is van alles mis, om vrolijk door te zappen naar het Zomercarnaval. En een hiv-besmetting? Dat krijg je, met het Sodom en Gomorra in de scène waar talloze homomannen zich te buiten gaan aan onveilige seks. Zelfs op zoek zijn naar de gift.

De minister heeft in zijn homo-emancipatienota de innovatieve derde fase van het COC omarmd en zet in op sociale acceptatie. Zorgen dat de norm in de wet, ook de norm wordt in de samenleving.

Dat gaat over een samenleving waarin een negentienjarige homo niet in de Volkskrant hoeft te zeggen dat we wellicht niet meer hand in hand over straat zouden moeten willen lopen. Omdat hetero’s dat nu eenmaal zo provoceert. Hetero-provocatief gedrag, meer dan lokhomo of weigerambtenaar was dat voor mij een nieuw woord in 2007. Eentje waar ik met afschuw kennis van nam. Jezelf grenzen opleggen in wie en wat je bent, omdat als jij als homo doet wat hetero’s de hele dag mogen doen, dat provocatie zou inhouden.

Benno Premsela, onze grote voorzitter in de zestiger jaren – volgende maand verschijnt de biografie die Bert Boelaars over hem heeft geschreven! – zei het al: ‘Het is eenvoudiger wetten te veranderen, dan de mentaliteit van mensen’.

En het is om die reden dat het COC inzet op drie samenhangende concepten om die maatschappelijke verandering met impact te bewerkstelligen.

Aan zet zijn de frontliners. Moderne activisten met een doel, die in staat zijn een coalitie te bouwen en een verschil te maken. Het COC spoort ze actief op en ondersteunt ze. Danny is een frontliner. Maar Bob van Schijndel als Mr. Greypride eveneens. En velen zullen komend jaar volgen. In de sport, religieuze kring en al die andere plekken waar beweging moet worden gemaakt.

Maar als de beweging door weerbarstigheid van organisaties niet kan worden gemaakt, bestuurders de frontliners blokkeren dan zet het COC de roze olifant in. Een proces om onwelwillendheid om te zetten in welwillendheid. Een roze olifant omdat je niet om hem heen kunt, nooit iets vergeet en eindeloos geduld heeft. De tijd zal niet tegen ons werken.

Als de Roze Olifant zijn werk heeft gedaan, de frontliners ruim baan krijgen, dan worden de gay-straight allianties gesloten. Een verbond van homo’s en hetero’s die samen de handen ineenslaan om heteronormaliteit te doorbreken. Omdat dat nou eenmaal een betere wereld voor iedereen oplevert. In de schoolklas, binnen de sport of op de werkvloer. In het klein of in het groot. Maar altijd een verschil makend.

De drie-eenheid van Frontliners, Roze Olifanten en Gay-Straight Allianties dwingt de sociale acceptatie af. Want om de maatschappelijke impact, in de haarvaten van de samenleving, voor al die homo’s, lesbo’s, biseksuelen en transgenders die het gevoel hebben niet zichzelf te kunnen zijn of zich veilig te voelen is het COC te doen. Gisteren, vandaag en, met een beetje steun, morgen weer.

Maar let wel, die homo-emancipatiemotor die het COC daarmee wil zijn, gericht op die pluriforme samenleving waarin homoseksualiteit sociaal geaccepteerd is – dat is geen organisatiebelang, geen eng groepsbelang. Het is algemeen maatschappelijk belang.

Begin dit jaar hield paus Benedictus XVI een toespraak ter gelegenheid van Wereldvrededag.

‘Om de wereldvrede te bereiken, moet alles gedaan worden om traditionele gezinswaarden te beschermen en bevorderen, aldus de paus. Hij viel het ‘homohuwelijk’ niet af, zei zelfs niets negatiefs over homoseksualiteit. Hij kwam op voor de traditionele gezinswaarden, om de wereldvrede te bereiken.

De lijst met landen waar het huwelijk is opengesteld wordt alsmaar langer. Allemaal democratische rechtsstaten, landen waar de meerderheid van de wereldbevolking graag zou willen wonen. Landen die hun leger bij voorkeur inzetten voor vredesoperaties. Bescherming van ‘traditionele gezinswaarden’ – ook door harde discriminatie en vervolging van homoseksuelen, inclusief de doodstraf soms – komt voor in Iran, Saoedi-Arabië, Jemen, Soedan, Rusland om maar eens een paar landen te noemen. Allemaal autoritaire staten, waar de democratie enkel schijn is en het leger vooral ingezet wordt om de eigen bevolking klein te houden.

Opkomen voor traditionele gezinswaarden om de wereldvrede te bewaren. De paus kon geen groter ongelijk hebben. Het beeld van hoe de wereld in elkaar zit is niet tot zijn studeerkamer doorgedrongen.

Gelijktijdig maakt het standpunt van de paus duidelijk dat in vrijheid kunnen leven voor homoseksuelen aan voorwaarden is gekoppeld. Democratie, rechtsstaat, ruimte voor diversiteit, ruimte voor pluriformiteit. Rechten voor andersdenkenden, recht om anders te mogen zijn. Stuk voor stuk waarden die het recht onszelf te kunnen en te mogen zijn waarborgen.

Onze vrijheid is de lakmoesproef voor de pluriforme rechtstaat. Niet voor niets spelen juist rond homoseksualiteit conflicten als het gaat over botsende grondrechten en in de debatten over de multiculturele samenleving en godsdienstvrijheid in een geseculariseerde samenleving.

In het pamflet ‘Benoemen en Bouwen’ van Doekle Tersptra, wordt ingezet op de vermijding van conflicten. Door respect en begrip voor gevoeligheden voor anderen. Door zelfcensuur en het mengen van normen en waarden van toen en nu. Het bekende polderen dat weer een werkbare samenleving moet opleveren.

Maar daarmee wordt voorbij gegaan aan het feit dat Nederland niet langer een verzuild is land waarin minderheden op basis van ‘autonomie in eigen kring’ langs elkaar heen leven. Nederland is nu een geseculariseerde post-moderne samenleving, met mondige geïndividualiseerde burgers. Ons land is onderdeel van de Europese Unie, met een open economie in een globaliserende wereld.

In plaats van pal te staan voor die rechtstaat wordt er gepolderd. Wordt er ook gepolderd met onze fundamentele rechten.

Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken komt met een ronkende mensenrechtenstrategie, waarin de zogenaamde Yogyagarta Principes de hoeksteen van het homobeleid zijn. Dat juichen we toe, zeker. Maar daarin wordt als het gaat om discriminatie geen onderscheid gemaakt tussen homo-identiteit en het aangaan van homorelaties. Die mensenrechtenstrategie is mede tot stand gekomen met instemming van vice-premier en CU-partijleider André Rouvoet – maar binnen zijn eigen partij woedt wel degelijk het debat om op bijbelse gronden dat discriminerende onderscheid tussen homo-zijn en de ‘homo-doen’ wel te mogen maken.

We schipperen zo, dat de neutrale overheid die gekozen heeft voor gelijkberechtiging voor homoseksuelen bij het sluiten van een huwelijk ook toestaat dat trouwambtenaren mogen weigeren die huwelijken te sluiten. Ook al biedt de wet daartoe geen grond.

We marchanderen in de Algemene Wet Gelijke Behandeling met EU-richtlijnen door met de ‘enkele feit’-constructie organisaties op godsdienstige grondslag toe te staan homoseksuelen te discrimineren. Dat vind niet alleen ik, maar is ook het oordeel van de European Group of Experts on Combating Sexual Orientation Discrimination, een door de Europese Commissie ingestelde denktank van juridische experts als het gaat om homo-mensenrechten. Maar dit kabinet trekt zich daar niets van aan en zal in de evaluatie van de AWGB de ‘enkele feit’-constructie gewoon laten staan. Die stellige indruk kreeg ik in elk geval tijdens het overleg hierover met minister Ter Horst vorig jaar.

Wat voortdurend uit het oog verloren wordt, is dat het steeds gaat om fundamentele mensenrechten die de basis voor de hele samenleving vormen – en niet om groepsrechten waar je wat mee kunt schipperen en polderen. Homorechten zijn in die zin fundamentele en algemene mensenrechten.

In navolging van de filosoof Avishai Margalit moeten we toe naar wat hij noemt een fatsoenlijke samenleving’. Dat is een samenleving gebaseerd op het principe dat de overheid er altijd voor moet zorgen dat burgers zich niet vernederd of uitgesloten voelen. Een samenleving ook die niet zozeer tolerant, maar pluriform is. Een samenleving dus waar verschil positief wordt gewaardeerd en niet polderend onder het tapijt wordt geveegd.

Een samenleving waar de politiek ervoor zorgt dat uitsluitingmechanismen worden ontmanteld, zodat geen enkele minderheid zich gemarginaliseerd en gefrustreerd voelt. Want in zo’n samenleving komen groepen, juist minderheden, tegenover elkaar te staan en dwalen individuen rond met hun machteloze woede en frustratie die vroeg of laat aan de oppervlakte komt.

Dat moeten we benoemen, daar moeten we aan bouwen.

Dat vraagt om leiderschap van de politiek om werkelijk te kunnen ‘samen werken, samen leven’. Nederland is misschien wel een polder, maar meer nog een rechtsstaat ingebed in het grotere verband van Europese Unie en Verenigde Naties – en daarbinnen gelden universele rechten. Ons opgeheven vingertje naar Teheran, Moskou, Peking, Harare en Istanbul geldt ook voor Den Haag zelf – en Staphorst en omstreken natuurlijk

Ook de homobeweging heeft in dit maatschappelijk spel der krachten een wezenlijke taak te vervullen. Vanuit het besef dat als een Marokkaan bij de deur van de discotheek wordt geweigerd, ook de oudere zijn of haar baan ontzegd wordt. Vanuit het besef dat als homo’s in elkaar geslagen worden, ook het meisje met de rode haren op het schoolplein getreiterd worden. Vanuit het besef dat iedere minderheid die gediscrimineerd wordt model staat voor die andere minderheid die hetzelfde overkomt.

De vrijheid van godsdienst is niet in het leven geroepen anderen je levensovertuiging op te leggen. De vrijheid van meningsuiting is er vooral om onwelgevallige meningen gehoord te laten worden. Dat zijn de werkelijke waarden van onze samenleving.

Binnen een pluriforme samenleving zoals ik mij die voorstel is het mogelijk om binnen de besloten muren van museum confronterende kunst op te hangen. Ook als daarvoor symbolen worden gebruikt die voor gelovigen als kwetsend worden ervaren, maar voor anderen ook het symbool kan zijn voor onderdrukking en vervolging. Het aanzwengelen van het debat daarover, kan bij uitstek de taak van een kunstenaar zijn.

Hier ruimte aan bieden heeft niets met kwetsen van doen of verharding van de maatschappij, maar alles met emancipatie en bevordering van gelijke rechten voor onderdrukte groepen en de bouw aan uiteindelijk een betere, een fatsoenlijkere wereld. En ja, dat gaat soms van pijn en auw. Dat zullen we op de koop toe moeten nemen. De directeur van het Haags Gemeentemuseum had beter moeten weten.

Om daaraan te werken – aan die pluriforme samenleving waar homoseksualiteit daadwerkelijk sociaal geaccepteerd is – daarvoor wil het COC de emancipatiemotor zijn en blijven. In ons aller belang. En met uw steun.

Ik wens u allen een veilig en intimidatievrij 2008 toe.

Frank van Dalen
Voorzitter COC Nederland