';
Homoseksualiteit verrijking voor samenleving

Bij jongeren is homoseksualiteit nog altijd taboe, zo blijkt uit de onderzoeken van Movisie in Utrecht en de UvA in Amsterdam. Opvallend daarbij is dat religie, etnische achtergrond of sekse weinig uitmaakt. Jongeren praten niet graag over homoseksualiteit, daardoor blijft het onderwerp onbekend en dat leidt weer tot afwijzing. Daarnaast blijkt dat diep gewortelde opvattingen en emoties over de eigen mannelijkheid en seksualiteit de hoofdoorzaak zijn van anti-homogeweld. Zichtbare homoseksualiteit wordt als bedreigend ervaren en vanuit die bedreigde situatie is uitsluiting, beschimping of geweld tegen homo’s en lesbo’s een reële optie en geoorloofd.

Deze agressief soort mannelijkheid maakt een opkomst door onder schoolgaande jeugd en de straatcultuur. Dit is niet alleen bedreigend voor homoseksuelen, maar ook voor de positie van meiden en vrouwen. Zowel in de Utrechtse als in de Amsterdamse situatie wordt gesproken over voorlichting als oplossing. Maar als deze voorlichting niet in staat is de macho-heteronormativiteit te doorbreken, dan ligt falen op voorhand op de loer.

In januari 2006 lanceerde COC Nederland de derde fase van de homo-emancipatiestrijd. Een strijd die volgt op de strijd voor gelijke rechten zoals de huwelijksrechten en nu gaat over het bereiken van sociale acceptatie. Zichtbaarheid van homoseksualiteit is daarbij de belangrijkste strategie. Een strategie die keer op keer op weerstanden stuit. Zo wordt de Amsterdams Gay Pride jaarlijks negatief en moraliserend benaderd, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het zomercarnaval in Rotterdam. Of, zoals de Haarlemse bisschop Punt afgelopen december verzuchtte, waarom homo’s en lesbo’s die het hele jaar door al zichtbaar kunnen zijn, dat nu toch ook met kerstmis willen.

Toch is de vraag gerechtvaardigd of zichtbaarheid alleen voldoende is om de sociale acceptatie af te dwingen. Afgaande op de onderzoeken uit Utrecht en Amsterdam is het beangstigende antwoord ‘nee’. Het besef dat homoseksualiteit bestaat en dat dat best is, zolang je er maar niet mee geconfronteerd wordt, is onacceptabel. Er is meer nodig. Gay Pride organisator ProGay zette een stap in de zomer van 2008 door de deelname van minister Plasterk en burgemeester Cohen aan de botenparade te vertalen als een signaal dat homoseksualiteit een onlosmakelijk onderdeel van de samenleving is. Maar ook dit leidt niet noodzakelijkerwijs tot meer sociale acceptatie.

Waar we naar toe moeten is het inzicht, maatschappijbreed gedragen, dat homoseksualiteit een verrijking is van de samenleving en voor ieder individu dat daarin leeft. Want slechts dan zal de angst en daarmee gepaard gaande afwijzing van zichtbare homoseksualiteit plaats maken voor waarachtige acceptatie en zal macho-heteronormatief gedrag worden tegengegaan. Want precies dat, en niet minder dan dat, moet de ambitie van de moderne homobeweging zijn.

Daarbij moet de homobeweging het heft in eigen handen houden. Zolang de heteronormatief ingestelde maatschappij moeite heeft om openlijk over homoseksualiteit te spreken en het fenomeen coming-out, om maar eens iets triviaals te noemen, werkelijk te doorleven, is het risico dat homoseksualiteit wordt doodgezwegen of tijdens voorlichtingen in sociaal-medische termen wordt overgebracht eenvoudig weg te groot.

De tijd om de sprong voorwaarts te maken lijkt rijp te zijn. Bij de politiek vindt de homobeweging gehoor voor haar problemen. Maar net als de homobeweging zelf, worstelt ook de politiek met de antwoorden. Het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam heeft het voornemen om de Amsterdamse homobeweging de mogelijkheid te bieden de antwoorden te formuleren. Antwoorden op de vraag hoe je mensen laat ervaren dat homoseksualiteit een verrijking is. In het NRC van vorig jaar werd in dat kader gesproken over ‘de kanariepietjes van de maatschappij’. Een samenleving waar homoseksualiteit in kan gedijen, is een samenleving waar iedere minderheid zijn of haar plek weet te vinden, waar innovatie en creativiteit gewaardeerde waarden zijn die de samenleving als geheel in de vaart der volkeren opstoot en waar ieder mens wordt beoordeeld op zijn of haar bijdrage, meer dan wie of wat je bent.

Het afwijken van de heteronorm heeft een voordeel voor hetero’s zelf. Vaders die hun kinderen ophalen of luiers kopen en vrouwen op leidinggevende posities, het zijn allemaal afwijkingen van de klassieke mannelijke heteronorm. Acceptatie van homoseksualiteit gaat over het loslaten daarvan. Omdat het een betere samenleving oplevert voor iedereen. De Amsterdamse homobeweging is aan zet. Faalt ze, dan zal de ambitie van Amsterdam als Gay Capital geen weerklank meer vinden en is er ook geen antwoord op de vraag welk pad naar die waarachtige sociale acceptatie leidt. Het baken van inspiratie voor de rest van Nederland blijft dan op dit punt gedoofd. En daar heeft iedere homo en lesbo, en zonder dat ze het wellicht weten, iedere Nederlander last van. En inderdaad, laten we maar bij de macho-ingestelde jongeren beginnen.

Frank van Dalen

Voorzitter stichting ProGay

Oud-voorzitter COC Nederland