Roomser dan de paus, een goed idee.

De gemeente Amsterdam lijkt de laatste tijd steeds meer lak te hebben aan haar eigen regels. Van een overheid die haar burgers structureel de maat neemt, steeds zwaardere eisen oplegt, zero tolerance predikt en forse bestuurlijke boetes inzet om te straffen, mag op z’n minst verwacht worden dat ze zelf het goede voorbeeld geeft. Anders wordt het draagvlak voor handhaving en regelgeving sterk ondermijnd.

“Ambtenaren overtreden alle regels” was één van de koppen in de Telegraaf van 9 augustus. Aanleiding was dat duidelijk werd dat in Zuidoost ambtenaren hun dienstwagens lukraak parkeren daar waar het niet mag om privéactiviteiten vorm te geven. Het lijkt een pesterige kop, maar burgers of winkeliers die hetzelfde doet kunnen een stevige boete tegemoet zien.  Dezelfde dag maakte AT5 bekend dat gemeentereiniging een deel van de grachten was vergeten schoon te maken. Sorry. Foutje. Een evenementenorganisator krijgt in dezelfde situatie een stevige naheffing. Geen medelijden. Op 30 juli vierde Waternet en Stadsdeel Centrum een openluchtfeest in de Doelenstraat. Partytenten, glaswerk, versterkte muziek en een afgesloten straat. Alles was er, behalve de vereiste vergunning en tapontheffing. Voor de handhavers van de gemeente reden om ieder ander initiatief in de stad terstond de nek om te draaien en forse boetes op te leggen.

Het beeld van “We all are equal, but some are more equal than others” van George Orwell doemt op. En de reactie is keer op keer hetzelfde. Inderdaad, had zo niet gemoeten, sorry. En we kunnen schouderophalend reageren. Maar daar is geen reden toe.

Waarom zouden we van oom agent een vermanend woord moeten accepteren als hijzelf zijn auto in de drukke Leidsestraat parkeert om zijn lunch te halen in broodjeszaak of bij het zebrapad de weg schuin oversteekt om bij zijn auto te komen.

Binnen de ambtelijke organisatie is een cultuurverandering noodzakelijk. Zeker voor een monopolist als de gemeente geldt dat kritisch naar het eigen functioneren dient te worden gekeken. De gemeente dient eerder roomser dan de paus te zijn dan dat het de eigen regels terzijde schuift zodra dit beter uitkomt. Er moet een cultuur ontstaan waarin het normaal wordt dat bewoners en ondernemers de overheid daarop aanspreken. De gemeente heeft nu geen goede naam als het gaat om het bieden van bescherming aan burgers en ondernemers die misstanden aan de kaak stellen. Het is een fenomeen dat ook speelt bij  evenementenorganisatoren en ondernemers die op andere wijze van vergunningen van de gemeente afhankelijk zijn of met handhavende diensten ter maken hebben. In de anonimiteit loopt men leeg over misbeleid bij de gemeente, maar altijd anoniem en nooit met naam en toenaam in de publiciteit. En wat niet genoemd wordt, bestaat voor de gemeente niet en dus woekert het ongenoegen aan de ene kant en de discutabele ambtelijke cultuur aan de andere kant voort.

Om Amsterdam in de toekomst bestuurbaar te houden en de bevolking tevreden te houden is een goed functionerende ambtelijke organisatie essentieel. Inlevingsvermogen in de praktijk van alle dag, in de burger en ondernemer, moeten sterker worden ontwikkeld. Net als zelfkritisch en reinigend vermogen. Ambities van de stad moeten leidend worden in het dagelijks handelen, niet persoonlijke voorkeuren.

Bovenal is zelfrelativering van de positie broodnodig, opdat de controle en regelzucht die als een verstikkende deken over de stad liggen en initiatieven, creativiteit of praktisch handelen in een wurggreep houden, in omvang worden teruggebracht. 

Als de overheid tegen door haarzelf geformuleerde grenzen aanloopt en er 'omheen werkt', zou dat een signaal moeten zijn dat dezelfde onwerkbare situatie er ook voor burger en ondernemer is. Dan past aanpassing van regels en beleid in plaats van boetes en dwang. “We all are equal”. En zo zou het inderdaad moeten zijn.

 

Dit artikel verscheen op 18 augustus 2011 in het Parool.

reacties op artikel

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit bericht

/english/
frank van dalen overal